Professor doctor Gerard Blackstone

Hoofd van de afdeling Communicatiewetenschappen aan een universiteit in het westen van het land. Gerenommeerd onderzoeker en ervaren bestuurder, die zijn afdeling goed onder controle heeft. Totdat studenten een lobby beginnen voor hun docent Annemieke Wessels, van wie het contract binnenkort afloopt. Het kan niet meer verlengd worden, dat is al drie keer gebeurd, dus ze vliegt eruit. De studenten eisen dat Annemieke Wessels een vast contract krijgt.

Blackstone:

‘Mevrouw Wessels is een gewaardeerde collega die enthousiast college geeft en hoog scoort in de evaluaties. Zeer begrijpelijk dat de studenten haar niet graag zien vertrekken. Maar wat studenten niet overzien, is het belang van de eenheid van onderwijs en onderzoek. Daar draait het om op een universiteit. En op onderzoeksgebied komt mevrouw Wessels helaas punten tekort.’

Wessels:

‘Mijn onderwijs is niet enthousiast, maar goed. En ik scoor niet alleen hoog in de evaluaties; ik heb de curriculumherziening geleid, een centrale rol gespeeld in de accreditatie en vorige maand mijn Senior Kwalificatie Onderwijs behaald. Ik heb dit jaar één publicatie te weinig om te voldoen aan de facultaire onderzoeksnorm. Gezien al mijn onderwijsprestaties is dat ontzettend knap. En weet je waarom het nog meer knap is? Ik heb helemaal geen onderzoekstijd. Ik schrijf die artikelen als mijn kinderen in bed liggen.’

Het relletje over docent Wessels loopt zo hoog op dat het faculteitsbestuur zich ermee moet bemoeien. Als Blackstone vasthoudt aan zijn weigering Wessels een vaste aanstelling te geven, krijgt hij een stevige reprimande.
– Nee, hij wordt per direct uit zijn functie ontheven.
– Weggepromoveerd naar een centraal prestigeproject.
– Of op het laatste moment toch overtuigd van de waarde van Wessels, en ze leefden allemaal nog lang en
gelukkig.

Want Gerard Blackstone is een van de hoofdpersonages in een grote simulatie-opdracht uit de Leergang Onderwijskundig Leiderschap. Diverse jaargangen onderwijskundig leiders hebben zich op hem uitgeleefd.

Blackstone in het echt
In de echte wereld blijft Blackstone nog jaren afdelingshoofd en is het Annemieke Wessels die door een zijdeur vertrekt. De studenten studeren af en Annemiekes onderwijs wordt overgenomen door een junior docent, Marina Barton. Die, zonder dat ze ooit voor een groep heeft gestaan, drie werkgroepen onder haar hoede krijgt (‘hier zijn de slides, veel succes’) en nul uur tijd om de literatuur te lezen waarover ze college geeft.
Marina overleeft met moeite het eerste jaar en haar contract wordt verlengd. Als ze na nog twee verlengingen het onderwijs echt goed in de vingers heeft en zich tot de dragende kracht van het eerste jaar heeft ontwikkeld, is het haar beurt voor de boodschap dat ze er uitvliegt. Met veel dank voor haar enthousiasme. Jammer hoor. Maar de eenheid van onderwijs en onderzoek, weet je wel.

Blackstones impact
Van alle opdrachten in de Leergang Onderwijskundig Leiderschap bracht Blackstone de gemoederen het meest in beweging. Een jaar na de afronding kon er nog een berichtje opduiken in de groepsapp.

Blackstone-alarm. Ik mag m’n opleidingscoördinator niet verlengen. Iemand tijd om mee denken?
Ik kan. 16:30 Doppio?
👍🏼

Dankzij haar Blackstones verliest de universiteit elk jaar bakken aan onderwijstalent en -kwaliteit. Een beetje Blackstone zet niet alleen junior docenten met een tijdelijk contract aan de dijk, maar weet ook vaste docenten met een hart voor en ideeën over onderwijs zo te ontmoedigen dat ze uiteindelijk vrijwillig vertrekken. ‘Wat, heb je hoog gescoord in de onderwijsevaluaties? En ook nog een nieuw feedbacksysteem opgezet voor de schrijfopdrachten? Vandaar dat je H-index tegenvalt. Het wordt tijd dat je prioriteiten leert stellen.’

Tegengeluid
De laatste jaren krijgt Blackstone gelukkig steeds meer tegengeluid. De geweldige Rianne Letschert heeft het thema Erkennen en waarderen op de agenda weten te krijgen. Op alle universiteiten wordt gedebatteerd en gedacht over betere manieren om prestaties op de universiteit beoordelen, teamscience te stimuleren en anders na te denken over loopbaanpaden. De Universiteit Utrecht wil haar beoordelingssysteem en -cultuur fundamenteel veranderen. En ook Maastricht, Leiden en de VU zetten mooie visies en intenties op hun websites.

Maar Blackstone is een tough cookie. Voor we een werkend systeem en een academische cultuur hebben die recht doen aan alle kwaliteiten die de universiteit nodig heeft om haar onderwijsopdracht fatsoenlijk uit te voeren, zullen er nog veel goede docenten gedesillusioneerd het pand verlaten.

Wat maakt het zo moeilijk?
Veel dingen. Een is de manier waarop universiteiten georganiseerd zijn. Opleidingshoofden en -directeuren hebben vaak geen zeggenschap over geld en personeel. Ze dragen de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een opleiding, maar ze kunnen maar ten dele bepalen wie er in hun opleiding onderwijs geven. En ze bepalen al helemaal niet welke docenten een vaste aanstelling of een bevordering krijgen.
Want over aanstellingen en bevorderingen gaat (meestal) het hoofd van de onderzoeksafdeling waaraan de opleiding verbonden is. En als dat afdelingshoofd Blackstone heet, moet de opleidingsdirecteur het rooien met anderhalve vaste docent die haar onderwijs geen prioriteit mag geven, en een wisselend ploegje aan alle kanten afgeknepen junior docenten.

100/0? Kan niet.
Een andere factor is het kort door de bocht denken over die eenheid van onderwijs en onderzoek.
Ook de mensen met macht en liefde voor onderwijs, zeg maar de Blackpearls, vinden over het algemeen dat je voor een structurele aanstelling aan een universiteit onderwijs en onderzoek moet combineren. Van deze Blackpearls mogen de verhoudingen per aanstelling wel verschillen. Zestig procent onderzoek, veertig procent onderwijs: prima. Dertig procent onderzoek, zeventig procent onderwijs: akkoord. Twintig procent onderzoek, tachtig procent onderwijs kan ook; en misschien mag dan de publicatielat een paar millimeter omlaag.
Maar als je uitsluitend onderwijs doet, of omdat daar je hart en talent liggen, of omdat er gewoon geen onderzoeksplek voor je is, dan kun je niet aan de universiteit blijven. Want: onderwijs aan de universiteit moet verweven zijn met onderzoek.

Dat universitair onderwijs een nauwe relatie moet hebben met wetenschappelijk onderzoek vind ik natuurlijk ook. Daarmee onderscheidt een universitaire opleiding zich van alle andere soorten opleidingen. Maar dat die relatie uitsluitend kan worden vormgegeven door elke individuele docent zelf actief onderzoek te laten doen (waarbij actief onderzoek doen is gedefinieerd als: zelf onderzoeksgeld binnenhalen en een x aantal artikelen per jaar publiceren in peerreviewede tijdschriften) is kul.

Hoe wel?
Er zijn andere en betere manieren om onderwijs en onderzoek met elkaar te verbinden. Hoe fijn zou het bijvoorbeeld zijn als serieus genomen en gewaardeerde docenten, met een wetenschappelijke onderwijsaanstelling, het werk van hun onderzoekende en publicerende collega’s eens zouden gaan lezen?!
Als ze de tijd kregen om relevante ontwikkelingen in het onderzoek te vertalen naar echt goed onderwijsmateriaal? Studieboeken, wiki’s, opdrachten, kennisclips, door het curriculum gevlochten casus, simulaties, escape-rooms; allemaal gemaakt en up-to-date gehouden door toegewijde, didactisch en wetenschappelijk onderlegde docenten.

Wat me ook een win-win lijkt: als we ophouden om die briljante tophoogleraar, voor wie studenten eigenlijk bromvliegen zijn, te dwingen elk jaar tegen heug en meug een eerstejaars vak te coördineren. (‘Want als hij geen onderwijs wil geven dan had hij maar bij een onderzoeksinstituut moeten gaan werken’). In plaats daarvan zetten we naast deze hoogleraar een echte docent (type Annemieke Wessels) en we laten haar een goede onderwijsvorm bedenken. Wessels interviewt de hoogleraar bijvoorbeeld wekelijks voor de groep (college tour-style), met een voorbereidingsopdracht die de studenten helpt om het werk van de hoogleraar te lezen en goede vragen te formuleren en een gestructureerde nabespreking. Zodat de studenten iets van de hoogleraar leren.

Voor de inspiratie en om methodologisch bij te blijven is het zinvol als Annemieke Wessels regelmatig participeert in het onderzoek van haar collega’s; met hen meedenkt over hun vragen en analyses. Maar dat het voor de wetenschappelijke kwaliteit van het onderwijs cruciaal is dat elke docent er elk jaar twee of vier artikelen uitperst, dat gaat er bij mij niet in. Sterker, meestal is er amper zicht op hoe al dat gepubliceer het onderwijs ten goede komt.

Voorlopige conclusie
Voordat we de verwevenheid van universitair onderwijs en onderzoek echt goed hebben vormgegeven zullen nog de nodige Blackstones met pensioen moeten, worden ontslagen, naar een zijspoor gepromoveerd of toch overtuigd van een andere denkwijze.
In de tussentijd zou het helpen als de Blackpearls het idee opgeven dat de eenheid van onderwijs en onderzoek per se georganiseerd moet worden op het niveau van de individuele medewerker.